Comfort en binnenklimaat deel 1

Binnenklimaat

Comfort en binnenklimaat, deel 1

maandag 11 december 2017 - Erik Deliege
Binnenklimaat

Inleiding

Een goed binnenklimaat is van belang voor het welbevinden van de gebruikers van een pand. Uit onderzoeken blijkt dat de productiviteit van werknemers stijgt en het ziekteverzuim daalt naarmate het binnenklimaat beter wordt. Vaak blijkt ook dat een beter binnenklimaat samengaat met een verlaging van het energieverbruik voor klimatisering.

Belangrijke parameters voor het binnenklimaat zijn temperatuur, luchtkwaliteit en luchtsnelheid (tocht). De mens speelt een centrale rol in het binnenklimaat, omdat de beleving per persoon verschilt. Dat betekent ook dat altijd een klein deel van de gebruikers een bepaald binnenklimaat als niet optimaal zal ervaren. 

ISO 7730 norm & NPR 1782

De ISO 7730 norm en de Nederlandse praktijkrichtlijn NPR CR 1752 geven voor vier klimaatklassen (prestatieniveaus) de minimale eisen waaraan het binnenklimaat moet voldoen.

Temperatuur

De grenzen voor de aanvaardbare binnentemperatuur zijn afhankelijk van de buitentemperatuur.

De prestatieniveaus zijn opgedeeld in de categorieën A, B en C, waarbij C het minimale basisniveau vertegenwoordigt en A het hoogste niveau is. Bij benadering komt niveau C overeen met de Nederlandse minimum eisen volgens de Arbowet en het Bouwbesluit. 

Tabel binnenklimaat 1

*PPD:   Predicted percentage of dissatisfied; voorspelling van het percentage ontevredenen.

Tabel 1 Richtlijn voor ruimtetype kantoor

Figuur 1 laat zien welke binnentemperatuurgrenzen gelden voor klasse A, B en C. Deze grenzen zijn afhankelijk van de gewogen buitentemperatuur. Er wordt bv. voldaan aan klasse A als de gemeten binnentemperatuur 95% van de gebruikstijd binnen de lichtblauwe lijnen blijft. De binnentemperatuur is gedefinieerd als het gemiddelde van de luchttemperatuur en de stralingstemperatuur. Bij slecht geïsoleerde gebouwen is in de winter de stralingstemperatuur vaak lager dan de binnenlucht temperatuur, wat als onprettig ervaren wordt. Denk bv. aan een werkplek vlakbij enkele beglazing.

Toelaatbare binnentemperaturen in de ATG richtlijn

Per klasse gelden ook eisen ten aanzien van de verticale gradiënt van de binnentemperatuur. Een groot temperatuurverschil tussen vloerniveau en werkniveau voelt niet prettig. Het toegelaten temperatuurverschil tussen vloerniveau en werkhoogte (1,1 m)  is 2 ºC voor klasse A, 3 ºC voor klasse B en 4 º C voor klasse C.

Luchtsnelheid en luchtverversing

Bij gebouwen met mechanische ventilatie wordt lucht in de ruimtes geblazen. Dit kan plaatselijk leiden tot tochtklachten. Mogelijke oorzaken zijn dat personen te dichtbij of onder inblaasroosters zitten en dat lucht te koud en/of met te grote snelheid wordt ingeblazen. De eisen voor de verschillende klassen zijn in tabel 2 weergegeven.

De minimale hoeveelheden verse lucht per persoon verschillen per klasse, zie tabel 2.

NB In veel panden wordt gebouwkoeling gerealiseerd door het inblazen van gekoelde lucht in het pand. In die gevallen is ‘s zomers voor voldoende koeling vaak een hoger ventilatiedebiet nodig dan vermeld in tabel 2.

Tabel binnenklimaat 2

Tabel 2 ATG richtlijn voor ruimtetype kantoor

Verbetering van het binnenklimaat

In een volgende kennisblog 'Comfort en Binnenklimaat deel 2' bespreken we hoe comfortklachten op een structurele manier verholpen kunnen worden. 

Voor de beste ervaring maakt deze website gebruik van cookies. Wanneer u doorgaat, accepteert u alle cookies van deze website. Meer informatie.